Als je leidinggevende ‘ik neem het mee’ reageert op jouw voorstel, houd er dan rekening mee dat hij het níet gaat uitvoeren. Roept een collega ‘tijd voor de vrijmibo!’? Ruim dan snel je spullen op en zet de muziek aan. Lees hier de betekenis van veel gebruikte termen uit de Nederlandse kantoortaal; handig tijdens een vergadering of gesprek met collega’s!

Er bestaan heel wat meningen over sommige Nederlandse kantoortaal. Of je het nu leuk vindt of niet, deze termen krijg je vaak te horen op een Nederlandstalige werkvloer.

1. Daar moeten we nog even over zitten

Ergens over zitten = iets (kort) bespreken.

Het evenement is komend weekend al, zullen we daar vanmiddag over zitten?

2. Het heeft geen prio

Prio = de afkorting van prioriteit. Als iets geen prio heeft, is het dus niet heel belangrijk.

Maak die tabel later maar, dat heeft nu geen prio.

 3. We nemen het mee

‘Het meenemen’ = we hebben je gehoord, maar we weten niet zeker of we er iets mee gaan doen. Waarschijnlijk niet.

Bedankt voor je input Martin, we nemen het mee.

 4. Wil iemand daarop ingaan?

Ingaan op = reageren, iets toevoegen.

Bedankt voor je presentatie Jan, wil iemand er nog op ingaan?

 5. We moeten dit nog afstemmen

Afstemmen = zorgen dat iets goed bij elkaar past, in goed overleg. 

Zullen we onze ideeën nog even afstemmen voordat we het vanmiddag presenteren aan het bestuur? 

 6. Alle neuzen staan dezelfde kant op

De neuzen staan dezelfde kant op = iedereen is het met elkaar eens. Belangrijk als het over visie gaat.

Hopelijk staan na de meeting vanmiddag alle neuzen dezelfde kant op.

 7. Kun je de resultaten terugkoppelen?

Iets terugkoppelen = laten weten wat de uitkomst / het resultaat is.

Koppel je nog even terug hoe de presentatie is gegaan? 

8. Ik ga het vanmiddag finetunen

Finetunen = de Nederlandse variant van ‘de puntjes op de i zetten’, oftewel: een project afronden, de laatste details uitwerken.

Dit is de presentatie in grote lijnen, maar ik ga het morgen finetunen.

 9. Daar kunnen we het tijdens de bila over hebben.

Bila = bilateraal, oftewel een een-op-een-gesprek tussen collega’s of werkgever-werknemer.

De bila staat gepland om 16:00 uur.

 10. Schiet jij een afspraak in?

Een afspraak inschieten = een afspraak plannen in digitale agenda’s. Populaire taal.

Henk schiet een afspraak in voor maandagmiddag.

 11. Laten we er een klap op geven

Ergens een klap op geven = de knoop doorhakken, oftewel: een (belangrijke) beslissing nemen.

Vanmiddag geven we een klap op de begroting.

 12. Wie pakt dit op?

Iets oppakken = iets regelen.

Deze cijfers moeten in een tabel worden gezet. Michel, pak jij dit op?

 13. Laten we dat over het weekend tillen.

Iets over het weekend tillen = iets verzetten tot na het weekend.

Laten we de vergadering over dat project over het weekend tillen.

 14. Het is 17:00, tijd voor de vrijmibo!

Vrijmibo = vrijdagmiddagborrel. Een uiterst belangrijke term in kantoorland, want dit is hét moment waar al je Nederlandse collega’s naartoe leven: de borrel vlak voor het weekend met collega’s.

Wie regelt de drank voor de vrijmibo?

Heb je wel even genoeg van de Nederlandse kantoortaal en wil je indruk maken in een andere taal? Lees dan 8 tips om een tweede taal te leren voor volwassenen.